Uw browser ondersteund geen javascript, zonder javascript is deze website niet te bekijken.
 
 

Één in de grond...

Een aardappel is eigenlijk een kleine voorraadschuur

Een schuur vol met  met energie, water en bouwstoffen. Je gebruikt die stoffen voor je lichaam als je aardappelen eet. Maar eerlijk gezegd heeft de aardappelplant de voorraad niet aangelegd voor jou. Die is bedoeld om een volwassen plant te worden die veel nakomelingen krijgt. 

De moederknol (zo noemen we de aardappel die gepoot is) maakt onder de grond behalve stengels ook wortels en stolonen, dit zijn onderaardse stengeldelen. Met de wortels kan de knol bouwstoffen en voedingsstoffen uit de grond halen als de eigen voorraad gebruikt is. Aan die stolonen onder de grond komen na een paar maanden kleine knolletjes. Dat worden de nieuwe aardappelen. Nieuwe aardappelen kun je herkennen aan een dunne schil. Het worden nieuwe voorraadschuren voor een volgende generatie. Pootaardappelen halen die volgende generatie wel, consumptie- en zetmeelaardappelen belanden voor die tijd op ons bord of bijvoorbeeld in een pakje bindmiddel. 

Pootaardappelen zijn een belangrijk Nederlands product. Per jaar wordt er 1.000.000 ton (1.000 miljoen kilogram) pootaardappelen uit de grond gehaald. Daarvan wordt 600.000 ton aan het buitenland verkocht.
Aardappelplanten vind je bijna overal op de wereld. Of je ze nu laat groeien op 3000 meter hoogte in het Andesgebergte of in Zuid-Amerika in grond met veel stenen, of dat je een pootaardappel in de losse kleigrond van een Hollandse polder stopt, hij doet het bijna altijd. Elk ras heeft wél zijn voorkeur voor een bepaalde grondsoort. In veel arme landen worden steeds meer aardappelen gegeten en steeds minder rijst, graan en maïs. Dit komt doordat aardappelen veel voedzamer zijn. Bovendien leveren aardappelen veel meer op per hectare en ook groeien aardappelen veel sneller dan rijst, graan of maïs. Aardappelen leveren daarom een goede bijdrage aan de voeding in arme landen.