Voorwoord
De aardappel (Solanum tuberosum) behoort tot de nachtschadeachtigen (Solanaceae), een groot plantengeslacht dat duizenden soorten omvat, waaronder de tomaat, de aubergine, de paprika en de tabaksplant. De oorsprong van het gewas ligt in Zuid- en Midden-Amerika. De aardappel maakt wereldwijd een steeds belangrijker deel uit van het dagelijkse menu. Dat is niet verwonderlijk, aangezien aardappelen rijk zijn aan gezondheidsbevorderende voedingselementen zoals vezels, ijzer, kalium, vitamine B en vitamine C. Ze bevatten geen vet, zijn caloriearm en smaken lekker. En als we ervan uitgaan dat de beschikbaarheid van zoet water de komende decennia een groot probleem wordt, hebben aardappelen nog een voordeel boven andere belangrijke gewassen: ze zijn een efficiënte bron van droge stof, eiwit en energie. Dankzij die vele bijzondere kwaliteiten kan de aardappel over de hele wereld goed gedijen, zelfs onder zeer verschillende klimatologische en productieomstandigheden. Ook de Verenigde Naties hebben ingezien dat de aardappel een enorme bijdrage kan leveren aan de mondiale bestrijding van honger en armoede; zij hebben 2008 dan ook uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Aardappel.
De aardappelsector ziet zich wereldwijd geplaatst voor velerlei ontwikkelingen, zoals een veranderend eetpatroon van de consument, een toenemende trend naar kant-en-klaarmaaltijden en naar een gezonde levensstijl. Andere factoren zijn de gestaag toenemende invloed van supermarktketens en de verwerkende industrie, de groeiende concurrentie en de kritische consument die roept om een traceerbare, duurzame productie. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat andere gewassen, bijvoorbeeld gewassen die worden geteeld om energie op te wekken, een steeds groter landbouwareaal innemen. En ten slotte spelen factoren als klimaatverandering en betere communicatiemogelijkheden een rol.
Aardappelkwekers staan continu voor de boeiende uitdaging om in te spelen op dergelijke ontwikkelingen door nieuwe rassen op de markt te brengen die zo goed mogelijk tegemoetkomen aan de wensen van de consument. Gezien het wereldwijde succes van de Nederlandse rassen, slagen de kwekers van het Nederlands pootgoedassortiment hier kennelijk uitstekend in. Zo exporteert Nederland jaarlijks ongeveer 700.000 ton kwalitatief hoogwaardige pootaardappelen naar meer dan 70 landen over de hele wereld.
Nederland neemt op deze markt een vooraanstaande positie in, met name als het gaat om pootgoed. Voor een deel is dit te danken aan de gunstige geografische ligging – en daardoor het lage risico op virusziekten – en de vruchtbare bodem van ons land. Verder gaat er ook een gunstige werking uit van de inspectiedienst NAK (Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen), de Nederlandse fundamentele, praktijkgerichte onderzoekscultuur en de goede infrastructuur.
Toch is de hoge Nederlandse productiviteit in eerste instantie toe te schrijven aan goed ondernemerschap, de innoverende ondernemers, een efficiënte ketenorganisatie en het ruime scala aan geteelde rassen, die constant verbeteringen ondergaan om te kunnen blijven voldoen aan de wensen van gebruikers over de hele wereld. Buitenlandse afnemers van Nederlandse pootaardappelen willen aardappelrassen met specifieke eigenschappen, die waar mogelijk afgestemd zijn op hun lokale omstandigheden. Het welslagen van een nieuw ras is een jarenlang proces van proefnemingen en selectie in ’s werelds voornaamste aardappelkwekende gebieden.
Sinds 1975 verschijnt met enige regelmaat de Nederlandse Catalogus van Aardappelrassen. De catalogus bevat een selectie van rassen die door Nederlandse kwekers op de markt worden gebracht. Dit betreft hoofdzakelijk rassen die jaarlijks op meer dan 40 hectare worden geteeld in Nederland. In deze editie zijn verschillende rassen vervangen door nieuwe, veelbelovende rassen die in de toekomst aan betekenis zullen winnen voor de aardappelindustrie. Gezien de positieve ervaringen met het publiceren van de catalogus op internet, zal de rassencatalogus 2007 eveneens in zeven talen online te raadplegen zijn. De gedrukte editie verschijnt alleen in het Engels.
Wij hopen dat deze dertiende, herziene uitgave van de Nederlandse Catalogus van Aardappelrassen, in combinatie met de meertalige internetversie, zijn weg zal vinden naar alle delen van de wereld, om daar een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van alle gebieden van de aardappelindustrie. Een van de belangrijkste voorwaarden voor een winstgevende en duurzame teelt is het juiste ras in combinatie met de beschikbaarheid van pootgoed van hoge kwaliteit. In de komende jaren kunnen nog veel meer landen een verdubbeling van hun productie bewerkstelligen door het gebruik van de voor hen meest geschikte Nederlandse pootaardappelen en de juiste teeltmethoden. De informatie in deze Nederlandse Catalogus van Aardappelrassen 2007 is een onmisbare steun bij het verkrijgen van een optimaal aardappelgewas.
Onze hartelijke dank gaat uit naar eenieder die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze uitgave, alsmede naar onze sponsors LTO en NAO.
Onze hartelijke dank gaat uit naar eenieder die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze uitgave, alsmede naar onze sponsors LTO en NAO.
R. van Diepen,
Directeur NIVAP, Nederlands Instituut voor de Afzetbevordering van Pootaardappelen.
Den Haag, 2007


