Uw browser ondersteund geen javascript, zonder javascript is deze website niet te bekijken.
 
 

Inleiding

Rassenvernieuwing

Nederland is wereldmarktleider in het ontwikkelen van nieuwe aardappelrassen en de export van gecertificeerd pootgoed. Dit is een verdienste van het Nederlands bedrijfsleven en is belangrijk voor de Nederlandse economie.
Het ontwikkelen van nieuwe rassen door kwekers zal nu en in de toekomst van groot belang zijn omdat de consumentenvraag steeds zal veranderen.

De aardappelveredeling levert een grote bijdrage aan de rentabiliteit en daarmee aan de toekomst van de landbouw. Dankzij veredeling worden steeds productievere rassen ontwikkeld. Bovendien wordt de kwaliteit en ziekteresistentie voortdurend verbeterd. Ook veranderingen in productieomstandigheden en maatschappelijke ontwikkelingen maken een continue rasontwikkeling noodzakelijk. Om zich ook in de toekomst te kunnen blijven ontwikkelen, is de rol van de overheid erop gericht om gunstige randvoorwaarden te scheppen voor de sector daarbij rekening houdend met de maatschappelijke belangen.

Allereerst is een goed functionerend systeem voor de bescherming van het kwekersrecht onmisbaar om kweekarbeid te stimuleren. Gebaseerd op dit systeem kan de kweker licentie-inkomsten innen en de kosten die hij gemaakt heeft om het ras te ontwikkelen terugverdienen. Dit stelt de kweker in staat om nieuwe, nog betere rassen te ontwikkelen. Zonder een goede bescherming van het intellectueel eigendom van nieuwe rassen zou er geen private kweekarbeid worden verricht. In Nederland is het kwekersrecht geregeld in de Zaaizaad- en plantgoedwet die net als de Europese Kwekersrechtverordeningen, gebaseerd is op het UPOV-Verdrag 1991.

Deze wet heeft één organisatie aangewezen voor kwekersrechtverlening en het registreren van rassen. Daarnaast schrijft de wet voor dat eigen gebruik van pootgoed van kwekersrechtelijk beschermde aardappelrassen alleen is toegestaan als de boer de kwekersrechthouder hierover informeert. Bovendien is de boer voor het gebruik van het eigen vermeerderd pootgoed een vergoeding verschuldigd aan de kwekersrechthouder.

Wat betreft de uitvoering van het onderzoek van nieuwe rassen voor kwekersrechtverlening moet het systeem zo efficiënt mogelijk zijn. De overheid heeft in de afgelopen jaren een belangrijke verandering doorgevoerd en kwekersrechtonderzoek van alle gewassen bij één organisatie ondergebracht; Naktuinbouw, de Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw. Omdat de NAK(Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst) het keuringswerk voor de landbouwgewassen uitvoert en hier de kennis aanwezig is van de aardappelrassen, heeft Naktuinbouw het uitvoerende aardappelonderzoek bij de NAK ondergebracht. Naktuinbouw streeft samen met de NAK naar uitvoering van dit onderzoek op een hoog kwaliteitsniveau tegen aanvaardbare kosten. Binnen de Europese Unie is deze onderzoeksstructuur zeer sterk.

In de Zaaizaad- en plantgoedwet is ook de regelgeving op het gebied van rassenregistratie en kwaliteit van pootgoed vastgelegd. Deze regelgeving is volledig gebaseerd op de richtlijnen van de Europese Gemeenschap.
De NAK is, als zelfstandig bestuursorgaan onder toezicht van het ministerie, in deze wet aangewezen als dienst die er op moet toezien dat bedrijven aan de vereisten, neergelegd in genoemde richtlijnen, voldoen.
Namens het ministerie keurt de NAK o.a. pootaardappelen en is verantwoordelijk voor de afgifte van het plantenpaspoort. Het fytosanitaire werk staat onder toezicht van de Plantenziektenkundige Dienst.
Wat betreft de rassenregistratie moeten rassen voldoen aan de vereisten betreffende de identiteit maar ook aan eisen voor de cultuur- en gebruikswaarde.

Naast een groot aantal andere zaken waar de overheid een rol moet spelen, zoals op fytosanitair gebied, gewasbescherming, mestwetgeving, wil ik speciaal nog noemen de stimulerende rol die de Nederlandse overheid wil blijven vervullen op het gebied van onderzoek, kennis en innovatievermogen.
In Nederland hebben de veredelingssector, landbouwkundige kennisinstellingen en universiteiten het Technologisch Topinstituut voor de Groene Genetica opgericht met steun van de Nederlandse overheid. Dit instituut zal een bijdrage leveren aan het behoud van de toppositie van het Nederlands veredelingsbedrijfsleven o.a. in de aardappelsector. Hiernaast geeft de overheid steun aan de ontwikkeling van een duurzaam phytophthora resistente aardappel. Als het project de gewenste resultaten zal opleveren betekent dit een enorme sprong voorwaarts wat betreft de vermindering van de inzet van bestrijdingsmiddelen in de aardappelteelt en wordt een groot maatschappelijk belang gediend.

De Nederlandse overheid is aanspreekbaar voor een goede regelgeving voor de sector. Samen met de sector blijven we ons inspannen om verantwoordelijkheden waar te maken en zodoende te werken aan een gezonde toekomst voor de aardappelsector. De Nederlandse Catalogus van Aardappelrassen levert een forse bijdrage aan dit streven.

Chris van Winden,
Sectormanager teeltmateriaal,
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit


Meer over ...