Uw browser ondersteund geen javascript, zonder javascript is deze website niet te bekijken.
 
 

Ziekten en plagen

Koop gezond pootgoed en heb plezier van een goede oogst

Vooral door de intensieve cultuur is de aardappel in toegenomen mate vatbaar voor allerlei ziekten en plagen: schimmel‑ en bacterieziekten zoals de aardappelziekte en lakschurft, virusziekten als bladrolvirus, gebreksziekten door een tekort aan voedingsstoffen, parasieten als aaltjes, ritnaalden, kniptorren en bladluizen (waarvan de schadelijkste virusziekten overbrengen).

Ook zijn er fysiologische verschijnselen die het gewas schade kunnen toebrengen: zogenaamde onderzeeërvorming (waarbij de bovengrondse delen zich niet ontwikkelen wanneer er teveel spruiten zijn ontstaan door te warme bewaring van het pootgoed); groeischeuren door droogte, doorwas door een te hoge bodemtemperatuur (wat glazige of voze aardappels oplevert wanneer er op de pas gevormde knollen nieuwe knolletjes ontstaan), vooral wanneer een lange periode van droogte gevolgd wordt door langdurige regenval; vorstbeschadiging (door nachtvorst in het voorjaar kunnen de stengels tot in de grond bevriezen); holheid bij grote knollen van bepaalde rassen door te snelle groei en verzoeting wanneer het pootgoed langdurig te koel bewaard is.

Genoeg om de toekomstige zelfteler af te schrikken, maar wie zich aan de regels houdt en gegarandeerd gezond pootgoed koopt zal veel plezier van een goede oogst hebben. Het is essentieel niet vaker dan eens in de drie jaar op dezelfde grond aardappels te telen i.v.m. de bodemgezondheid, de grond goed om te werken, te wieden en de juiste compost te gebruiken. Wees uiterst voorzichtig met chemische bestrijdingsmiddelen en gebruik wanneer dat nodig is zo mogelijk organische preparaten.